|
|
|||
|
|
Vogelkijkers
Buiten bij de achterdeur staat een rijtje vogelaars
met verrekijkers te turen naar de lariks. Is er een goudhaantje gesignaleerd?
Een vuurgoudhaantje? Of een ander bijzonder vogeltje? Vrijwilligers staan
binnen met een vogelboekje in de hand nieuwsgierig te turen naar de plaatjes.
In een boekje zie je de tekening goed, maar als het in een boom zit, hoe
kun je het dan herkennen? Daar moet je een echte vogelkenner voor zijn,
vinden ze. Twee medewerksters kijken op een ochtend door het
raam naar dat roodborstje. Op de vetbol aan de tak erboven zit nog een
vogeltje. Hij heeft een streepje op zijn kopje. Een koolmeesje? Nee. Een
vink dan? Hij heeft wat wits op zijn vleugels. Nee, ook geen vink. Er
staat een vogelboekje in de kast, ze zoeken en bladeren, terwijl het vogeltje
rustig op de vetbol blijft zitten. Het heeft een zacht snaveltje. Een
geel streepje op de kruin. Hé, wacht eens! Dat moet een goudhaantje
zijn. Kan dat? Nog eens controleren. Ja! Triomfantelijk kijken ze elkaar
aan. voorjaar 2009 Elisabeth Kübler-Ross op bezoek in het theehuis Elisabeth Kübler-Ross groeide op in Zwitserland en werd arts. Na
de tweede wereldoorlog werkte ze in concentratiekampen, waar ze veel mensen
zag sterven. Toen ze trouwde en naar de Verenigde Staten verhuisde schrok
ze zich dood over de manier waarop de Amerikanen met sterven en rouwen
omgingen; ze stopten het weg en praatten er niet over. Reden voor Elisabeth
om zich juist daarin te specialiseren. Haar kijk op verlies en stervensbegeleiding
zou haar wereldberoemd maken. In de boekenkast in het theehuis staan dan
ook enkele van de boeken, die zij geschreven heeft. Elisabeth leeft niet meer, anders had ik haar hier willen uitnodigen, want ook het theehuis wil immers een veilige plek zijn voor mensen die met rouw en verlies te maken hebben. Wat zou ze vinden van deze plek? Zou ze gaan zitten aan de tafel bij het raam, die lichte plek met uitzicht op de bomen? Misschien zou ze dan een paar reeën het pad zien oversteken, of een eekhoorntje in de boom zien klimmen. Wat zou ze nog meer zien? Of horen? Een klein meisje in de kinderhoek, dat met grote letters in het hartjesboek schrijft, dat het vandaag de verjaardag van opa is. Haar ouders praten zachtjes aan een tafel naast haar. Ze hebben zichzelf op appeltaart getrakteerd. Omdat er zacht klassieke muziek te horen is, kun je niet verstaan wat ze zeggen. Aan de leestafel buigt een mevrouw zich met een tevreden gezicht over de krant. Buiten op het overdekte terrasje zitten twee bejaarde heren, de een op de houten bank, de ander aan een tafel. Ze trekken zich niets aan van de januari kou. Allebei groeten ze een vrouw die langsfietst, een bos bloemen in haar fietstas, waarna de man bij het tafeltje opstaat en naast de man op de bank gaat zitten. ‘Sigaartje?’ vraagt hij. Via de keukendeur komt een medewerker de keuken binnen met een doos nieuwjaarsrolletjes en flessen slagroom. Dan komt een mevrouw het theehuis binnenwandelen. Ze komt wel vaker;
haar man ligt op Selwerderhof begraven. Ze kijkt een beetje verdrietig.
December/januari 2008/2009 Rare boektitels Als je het theehuis binnenkomt zie je in de linkerhoek een boekenkast staan, met romans, dichtbundels, fotoboeken en boeken voor kinderen. Ze gaan over rouw en verlies, maar ook over de natuur, over spiritualiteit of andere begraafplaatsen. Bezoekers in het theehuis pakken een boek uit de kast en gaan er mee aan de leestafel zitten of op het terras. 'Rouw op je dak’ van Jos Brink, met als ondertitel: Verder leven na de dood van een dierbare, wordt het meest uit de kast gehaald. Dat geeft troost. De boeken lenen en mee naar huis nemen is niet toegestaan, want de boekenkast is geen uitleenbibliotheek. Maar sommige mensen kunnen dat blijkbaar niet respecteren. Iemand heeft een bladzij uit een dichtbundel gescheurd en meegenomen. Uit een ander boek is zelfs een heel hoofdstuk verdwenen. Hartverscheurend. Soms hebben boeken een rare titel, zoals: ‘Dat is heel wat voor een kat, vind je niet’. Het is geschreven door Judith Viorst en gaat over de poes van een kindje. De poes is doodgegaan en nu gaan ze hem begraven. Samen met zijn moeder verzint het kindje tien dingen waarom het zo’n fijne poes is geweest. Tien dingen, dat is heel wat voor een kat! Er staan leuke tekeningen bij. Er staat ook een boek dat heet: ‘Het refrein is Hein’ . Het gaat over leven en vooral sterven in een verpleeghuis en is geschreven door de arts Bert Keizer. De titel klinkt akelig, die laat ik liever in de kast staan. Toen mijn zusje kanker kreeg, is ze een dagboek gaan bijhouden. Daarin beschrijft ze haar laatste maanden als kankerpatiënte. Aan het einde van haar leven begon ze na te denken over de kleding waarin ze opgebaard wilde worden. ‘Wat moet ik aan, de laatste keer?’ vroeg ze. ‘Trouwens, een goede titel voor het boek!’ zei ze er meteen achteraan. We hebben haar dagboek na haar dood uitgegeven en natuurlijk de titel meegegeven die zij zelf bedacht had: Wat moet ik aan, de laatste keer. Aan de leestafel zit een mevrouw met gebogen rug te lezen. Ze kijkt niet op of om. Ze vergeet zelfs haar thee op te drinken. Zou zij het boek van Jos Brink uit de kast hebben gepakt? Of een rare titel? Ze kijkt op als ik bij haar kom zitten. ‘Wat ik lees?’ glimlacht ze. ‘Ach, ik kom hier vaak, bijna elke dag, en dan ik lees altijd de krant.’ November 2008 (On)rust op het urnenveld Midden op de begraafplaats liggen een paar urnenveldjes.
De grafstenen liggen dicht naast elkaar op de grond in het gras. Nabestaanden
zetten er planten bij, of een beeldje, een fotolijstje, een vaas met bloemen.
Dat geeft sfeer aan het veld. Daarna blijven ze nog wat praten, zittend
op een bankje. In het theehuis gaat het ook over het urnenveld.
Een man komt binnen met een graflichtje in zijn hand. Om de randen langs de grafstenen goed te kunnen
knippen moeten de tuinlieden de voorwerpen naast de grafstenen wegzetten.
En daarna weer terugzetten. Maar stond dit beeldje nou rechts of links
naast die steen? En deze vaas, bij welk graf hoort die ook weer? Soms
valt er per ongeluk iets om, een graflichtje bijvoorbeeld. Tja…het
is niet gemakkelijk om dit werk naar ieders tevredenheid uit te voeren. Rozen op uw graf In het theehuis rinkelt de telefoon. Aan de andere kant van de lijn vraagt een vrijwillige medewerkster of de bloemen er nog vers bij staan. Anders komt ze morgen nieuwe brengen. Dat is haar taak, het verzorgen van de bloemen. Als zij op vakantie is, neemt een collega het van haar over, want er is voortdurend nieuwe aanvoer nodig. ’t Liefst bloemen van het seizoen. Met de telefoon in de hand inspecteert de medewerkster in het theehuis zorgvuldig alle vaasjes op de tafels. Als ik even later een rondje over de begraafplaats
maak, valt mij op hoe kleurrijk de petunia’s en begonia’s
in lange rijen langs de graven staan. Daar wordt vast veel aandacht aan
besteed. Verspreid over de begraafplaats staan informatieborden, waar
de regels over de beplanting van graven staan vermeld. ‘Als u de
begraafplaats regelmatig bezoekt,’ lees ik, ‘heeft u vast
wel eens reeën gezien.’ Ja, dat klopt, onlangs heb ik er twee
gezien, ze staken op hun dooie gemak een breed pad over. ‘De aanwezigheid
van reeën maakt de Selwerderhof tot een uniek natuurgebied. Helaas
brengen reeën ook overlast met zich mee. Ze voeden zich graag met
bloemen, ze zijn met name dol op rozen.’ Terug in het theehuis is de inspectie afgerond. De bloemen zien er fleurig uit en kunnen nog een paar dagen op de tafels blijven staan. Geen petunia’s, geen plastic rozen, maar verse dahlia’s.
Het hartjesboek Op de balie in het theehuis ligt het hartjesboek:
een boek in de vorm van een hart. Het ligt opengeslagen en nodigt mensen
uit er in te schrijven en te lezen. Vlak na de opening lees je lovende
woorden over het theehuis als locatie. Het hartjesboek heeft een donkerrood kaft en dik, zacht aanvoelend papier. Als je voorzichtig over het papier wrijft, omdat het daartoe uitnodigt, merk je dat er zomaar een los bloemblaadje uit kan dwarrelen. Als het boek vol is, wordt het op de leestafel gelegd en komt er een nieuw hartjesboek op de balie; iets kleiner of iets groter misschien, maar altijd in de vorm van een hart. Een berichtje in kinderhandschrift meldt: ‘als
wij bij het graf van Opa zijn geweest, gaan we hier altijd iets drinken,
want mijn oma werkt hier als vrijwilliger.’ Een paar jaar na de opening is het theehuis voor
veel bezoekers een vertrouwde locatie geworden. De appeltaart en de cappuccino
smaken nog steeds goed. Genoeg daarover geschreven. De mensen gebruiken
het hartjesboek nu meer om zich regelrecht tot de overledene te richten.
Zo schrijft iemand: ‘ik ben even bij je langs geweest.’ Een
ander: ‘al weer vier jaar geleden, ik denk nog veel aan je.’
Weer een paar pagina’s verder: ‘we hebben je verjaardag in
het theehuis gevierd.’ Augustus 2008 Grafwerkzaamheden. ‘Wat doe je eigenlijk, als je een graf bezoekt’
vroeg een vriendin me, toen we op het terras van het theehuis wat zaten
te drinken. We hadden al diverse mensen voorbij zien komen, op weg naar
het graf van een dierbare. Een paar maanden geleden ging ik met mijn zusje
naar het graf van mijn ouders in mijn geboortedorp. Zij heeft altijd een
tasje in de kofferbak met een schepje een harkje en wat oude lappen. Onderweg
kochten we een doos met vaste planten. Met onze armen vol kwamen we bij
het graf aan, onder een grote beuk. Het lag bezaaid met bladeren. Bij de kraan keek ik om naar ons graf. Ik zag alleen
de gebogen rug van mijn zusje en haar armen, die driftig heen en weer
bewogen. Zij was bezig met haar grafwerkzaamheden. Met een doek veegde
ze de grafsteen en de randen schoon. Waarschijnlijk had ze de bladeren
al opgeruimd, het struikje bijgeknipt en de plantjes gepoot. Juli 2008 Vreemde vragen? De vrijwillige medewerkers van het theehuis glimlachen verbaasd als ze deze vragen horen. Het komt niet bij hen op dat mensen niet welkom zouden zijn. Natuurlijk tref je hier vooral de mensen die een graf bezoeken of verzorgen. Een paar van hen zijn inmiddels vaste gasten geworden; ze komen één of meerdere keren per week. Maar er komen ook mensen binnen die alleen de kunst aan de muur willen bekijken. Dan drinken ze wat en gaan weer weg. Geregeld zitten wandelaars die het Pieterpad lopen, herkenbaar aan hun grote schoenen, hier even uit te blazen. En als het gaat regenen komen er vogelaars binnen, herkenbaar aan hun groot formaat verrekijker. Niemand zit elkaar in de weg. ‘Maar wij krijgen soms wel vreemde vragen.
Laatst kwamen twee dames gehaast het theehuis binnenlopen,’ vertelde
een van de vrijwillige medewerkers. ‘Waar zitten hier de uilen,
mijnheer?’ vroegen ze. ‘Uilen?’dacht ik. ‘Ik heb
geen idee!’ Er was een tv-programma geweest op de regionale zender
over uilen die zich op de begraafplaats genesteld hadden. Juni 2008 Kindergrafjes In het theehuis op Selwerderhof is een kinderhoek ingericht. Er ligt van alles: duplo, stiften, knuffels, er staat een standaard met boekjes en een prachtig poppenhuis. Het kindje dat hier komt spelen heeft misschien net tien minuten geleden een knuffeltje of een speelgoedautootje op het graf van zijn zusje gezet. De meeste kindergrafjes staan vol dierbare dingen: molentjes, speelgoedauto’s, knuffels. Ze zien er kleurrijk uit en de teksten op de grafstenen zijn ontroerend Dat was vroeger anders. Mijn broertje is lang geleden overleden toen hij zes jaar was. Wij, mijn zusjes en ik, gingen vrijwel elke zondag met mijn moeder op de fiets naar het kerkhof. Mijn moeder nam een schepje en wat oude doekjes mee in haar fietstas en wij plukten van te voren een veldboeketje. Op het kerkhof liepen we eerst naar de kraan bij de ingang om een gietertje met water te halen. Daarna liepen we over een paar rechte paden, tot we bij ons eigen pad kwamen. Rechts lagen graven van grote mensen, aan de linkerkant de kindergrafjes, vier op een rij. Meestal waren de grafjes alleen bedekt met witte steentjes en een lege vaas. Het veldboeketje zetten we in het vaasje van mijn broertje dat altijd klaar stond. We trokken een paar sprietjes onkruid uit de grond. Soms pootten we nieuwe plantjes en begoten die met de gieter. Wij mochten de randen van het graf met de doekjes schoonvegen. En ook de grafsteen. Daarop stond in zwarte letters zijn naam en daaronder: ‘de Heer is mijn herder, mij zal niets ontbreken.’ Als we klaar waren met de werkjes bleef mijn moeder bij het grafje staan. Ze was verdrietig, dat begrepen we wel. Wij waren het ook een beetje. Wij drentelden langs het pad, lazen de opschriften op andere kindergrafjes, die we al honderd keer gelezen hadden. We keken wat om ons heen, maar er was voor ons verder niets te beleven. Dus waren we opgelucht als we zagen dat mijn moeder het schepje en de doekjes weer oppakte. We konden naar huis en gaan spelen! Voor volwassenen is het theehuis een plek om tot rust te komen, koffie te drinken of misschien een boek te lezen. En om niet alleen te zijn. Voor kinderen is het theehuis de speelhoek, waar je een toren van duplo kunt maken of het poppenhuis kunt verbouwen en je zodoende even kunt onttrekken aan het verdriet van de grote mensen. April 2008 Theehuis vijf jaar open!
Het theehuis wil een plek zijn waar mensen, die bij een graf hebben gestaan,
rustig kunnen gaan zitten, een boekje lezen of een praatje maken. Een
warme, lichte plek. Het wordt gerund door vrijwilligers en heeft geen
winstoogmerk. De eerste tijd keek iedereen de kat uit de boom: de vrijwilligers,
de tuinlieden en het kantoorpersoneel van de begraafplaats, maar ook de
bezoekers, voor wie juist het theehuis bedoeld was. Was het drempelvrees?
Kun je zomaar wat gaan drinken op een begraafplaats? Ook nog appeltaart
erbij? Mag je het jezelf gunnen je te laten troosten door een bakje koffie
of een praatje met iemand die naar je wil luisteren? Niet alleen in maar ook buiten Groningen raakte men geïnteresseerd
in het fenomeen theehuis op een begraafplaats. Uit Emmeloord, Leeuwarden
en Amsterdam kwam men nieuwsgierig kijken en zag hoe bezoekers tevreden
in en uit liepen. Men vroeg: hoe doe je dat, een theehuis beginnen op
een begraafplaats? Dat willen wij ook! Het team uit Emmeloord wil een theehuis starten met een klein groepje vrijwilligers, maar heeft te kampen gekregen met ziekte. In Leeuwarden is men nog druk in onderhandeling met de gemeente. De beheerder van Zorgvlied in Amsterdam heeft een gebouwtje klaar, maar maakt zich zorgen of hij wel genoeg vrijwilligers kan vinden. Tot nu toe is het theehuis op Selwerderhof nog steeds het enige in Nederland. Zonder winstoogmerk maar met vrijwilligers. Al vijf jaar een unieke, warme en lichte plek. Maart 2008
|